Kleding en PBM
Traject hulpverlening
Wat er op voorraad ligt, wie het draagt, en wat gaat verlopen. Het is het onderdeel waar niemand naar kijkt tot er een controle komt.
Het magazijn
Elk artikel heeft een code, de beschikbare maten, de stuksprijs en twee getallen die samenwerken: de huidige voorraad en de minimumvoorraad. Zakt de voorraad onder het minimum, dan komt het artikel op het dashboard. Het waarschuwt niet als het op is: het waarschuwt als het bijna op is, en dat is het enige moment waarop je nog iets kunt doen.

Categorieën scheiden kleding van echte beschermingsmiddelen. Dat onderscheid telt: een PBM heeft een houdbaarheid en een norm erachter, een poloshirt niet.
De uitgifte
Als je een stuk aan een vrijwilliger uitgeeft, boekt het magazijn zichzelf af. Op zijn kaart blijft staan wat hij in beheer heeft, sinds wanneer en in welke maat — zo weet je, als iemand vertrekt, precies wat er terug moet.
Bij inname leg je de staat vast: nieuw, goed, redelijk, beschadigd, kwijt. Een beschadigd stuk gaat niet terug de voorraad in alsof er niets is gebeurd.
Het verlopen van PBM
Een helm, een harnas of een paar isolerende handschoenen hebben een door de fabrikant opgegeven levensduur. De vervaldatum zit op het uitgegeven stuk, niet op het catalogusartikel: twee helmen van hetzelfde model, in verschillende jaren uitgegeven, verlopen op verschillende momenten.
Wat gaat verlopen komt op het dashboard, bij de rest.
Waar te beginnen
Voer de artikelen in die jullie echt uitgeven, met een realistische minimumvoorraad. Eerdere uitgiftes kun je gaandeweg invoeren: je hoeft niet eerst het hele verleden te reconstrueren.